Geholpen met meer vrijheid

cross

Rinus Barendrecht uit Hoofddorp is met hart en ziel mentor van twee cliënten. Eén woont zelfstandig, de ander in een zorginstelling. ‘Als deze mensen geen mentor zouden hebben, is de kans groot dat zij vereenzamen en vastlopen in de dagelijkse gang van zaken’, vermoedt Rinus.

Hij is 69 jaar, opgeleid als verpleegkundige, en werkte veertig jaar in de zorg in verschillende opleidingsfuncties en personeelswerk. Toen hij met pensioen ging, ontstond er ruimte om maatschappelijk vrijwilligerswerk te doen, waaronder het mentorschap. ‘Voor mij telt dat ik verbinding wil maken met mensen die begeleiding nodig hebben. Belangrijk daarbij in het mentorschap is, dat je een goede klik hebt met je cliënt’, zegt Rinus. Hij voegt eraan toe, dat je bereid moet zijn om er tijd in te steken en een langdurige relatie aan te gaan.

Eén van zijn cliënten is een man die na een beroerte leeft met een hersenaandoening en daardoor minder goed spreekt. Hij wilde graag zijn huurwoning kopen, maar hoe doe je dat in zijn situatie waarbij ook nog een bewindvoerder in het spel is? Als mentor was Rinus de spreekbuis van zijn client aan tafel bij de hypotheekadviseur en de bank. Samen met de bewindvoerder regelde Rinus de koop van de woning.

‘Later heb ik op verzoek van mijn cliënt hem geholpen om afscheid te nemen van zijn bewindvoerder’, zegt Rinus. ‘Hij wilde meer vrijheid en zelfstandigheid in financiële beslissingen. Ik heb uitgezocht hoe mijn cliënt met cursussen stappen daarin kon zetten. Heel fijn voor hem dat het is gelukt.’

Voor zijn tweede cliënt, een vrouw in een zorginstelling, regelde Rinus iets anders. Hij bemiddelde in het contact tussen de vrouw en de pleegouders van haar dochter. ‘Hierdoor kwam er meer regelmaat in de bezoeken aan haar kind en konden de vervoersproblemen sneller worden opgelost.’

Sociaal netwerk
Rinus ziet het als een van de taken van de mentor om de client te helpen met zijn of haar sociale netwerk. ‘Dat ontbreekt in veel gevallen’, zegt hij. ‘Als mentor vul je in eerste instantie dat gat op. Maar je wil uiteindelijk dat je client zelf stappen zet voor het smeden van een sociale omgeving. Dat kan bijvoorbeeld via dagbesteding buiten een instelling, waar zich dan nieuwe sociale activiteiten aandienen.’

Gaat de Hoofddorper zelf ook op stap met zijn cliënten? Koffie drinken, winkelen of een dagje-uit? ‘Niet in eerste instantie’, antwoordt hij, ‘die sociale activiteiten, die sommige andere mentoren wel doen, probeer ik te beperken. Ik zie het meer als mijn taak om andere mensen in de omgeving van mijn cliënt daarvoor te interesseren. Dat past binnen mijn motto: wat heeft mijn cliënt nodig en wat kan ik als mentor daaraan bijdragen?’

Rinus kan het mentorschap iedereen aanraden, als je tenminste tijd in dit vrijwilligerswerk wil steken. ‘Maar ken je kwaliteiten, je moet wel volhouden! En als dat lukt, krijg je er veel voor terug. Van waardering van je cliënt en persoonlijke voldoening tot mooie, nieuwe contacten in een zorgwereld die je waarschijnlijk niet eerder kende.’