Hans Voogt: Het mentorschap is uitdagend en interessant, maar ook leuk en gezellig

cross

Hans Voogt is ruim tweeënhalf  jaar mentor bij Stichting Mentorschap Noordwest en Midden. De zorg is bekend terrein voor hem. Hij startte zijn carrière als groepsleider in de verstandelijke gehandicaptenzorg en eindigde deze als directeur zorg en wonen en lid van de RvB bij Reinaerde. Tijdens zijn werk kwam hij regelmatig met het mentorschap in aanraking. Hans: ‘Ik vond het een hele goede zaak dat cliënten die niemand in hun netwerk hebben om hen te vertegenwoordigen en daar zelf niet toe in staat zijn, een mentor krijgen die dit doet. Ook regelmatig bezoek krijgen is voor hen belangrijk.’

Hans is mentor van vier cliënten bij Abrona. Het waren er tot voor kort zes, maar twee zijn er inmiddels overleden. Hans: ‘Ik zit ook in verschillende besturen, maar ik vond het leuk om daarnaast weer iets praktisch te doen in de zorg. Ik heb gekozen voor het mentorschap, omdat ik het boeiend  vind om me te verdiepen in een cliënt. Het is een uitdaging om een goed contact te krijgen, zodat je hun belangen zo goed mogelijk kunt vertegenwoordigen.’

Leuk en gezellig
‘En met sommige cliënten is het ook gewoon leuk en gezellig. Zoals met Nico, waar ik het goed mee kan vinden. Nico is licht verstandelijk beperkt, maar ik kan goed met hem praten en van gedachten wisselen over bepaalde zaken. Ook stuurt hij me regelmatig een appje. Bijvoorbeeld toen hij zijn coronavaccinatie had gekregen. Over het wel of niet laten vaccineren tegen het coronavirus hebben we vooraf goed samen kunnen praten. Nico had door alle berichtgeving hierover bedacht dat het beter was om je niet te laten vaccineren. Ik heb daar tegenin gebracht dat hij midden in de maatschappij staat en met veel mensen in contact komt. Dus dat het beter was om het wel te doen. Nico is bijvoorbeeld terreinknecht bij FC Utrecht en hij zingt in een koor. Ook gaat hij graag het dorp in. Uiteindelijk was hij het wel met mij eens.’

Investeren in contact met zorgverleners
Met zijn andere cliënten, die bijkomende psychische problemen hebben, verloopt het contact minder makkelijk. Hierbij ziet Hans het vooral als zijn plicht om zorgzaam te zijn en urgentie te creëren bij de betrokken zorgverleners. Hij investeert veel in het contact met de zorgverleners. ‘Vanuit mijn externe positie probeer ik ervoor te zorgen dat er voldoende aandacht is voor mijn cliënt bij zijn begeleiders en dat ze streven naar kwaliteit. Ik moet zeggen dat het contact met de zorgverleners bij Abrona erg goed is. Ik word op tijd geïnformeerd en indien nodig is er altijd ruimte voor multidisciplinaire overleggen. Ook in coronatijd hebben we die regelmatig, alleen dan online.’

Ethische dilemma’s
‘Wat ik zelf heel interessant vind aan dit werk, zijn de ethische dilemma’s waar je tegenaan loopt. En om dan met alle betrokken partijen in gesprek te gaan, op zoek naar de beste oplossing. Op mijn initiatief is er bij een complex dilemma ook een moreel beraad georganiseerd. Ik vind het belangrijk om, als het nodig is, met elkaar terug te kijken op beslissingen die er genomen zijn en de uitwerking hiervan. Zo kreeg een van mijn cliënten dementie en werd overgeplaatst naar een andere afdeling. Toen hij daar net was, raakte hij besmet met het coronavirus en moest in quarantaine. Hij begreep dit niet en omdat hij ook nog niet gewend was aan zijn nieuwe plek, was hij helemaal in de war. Vrij snel daarna is hij overleden. Ik had daar toen, samen met zijn begeleiders, echt een rot gevoel over. Dat je met elkaar beslist over het leven van een ander komt op zo’n moment nadrukkelijk naar voren en schuurt. Dit dilemma hebben we in een multidisciplinair overleg goed met elkaar besproken. Ik denk dat dit belangrijk is, voor een betere afsluiting en voor het lerend vermogen van jezelf en de organisatie, in het belang van de cliënt.’